

Februari is historisch gezien de koudste maand van het jaar, maar in de moestuin is dit juist het moment waarop het nieuwe seizoen voorzichtig begint. Door nu te starten met voorzaaien leg je de basis voor sterke planten en een gelijkmatige groei later in het jaar. Dat vraagt om aandacht: voldoende licht, ruimte voor kiembakjes en bescherming tegen kou maken in deze fase het verschil.
Voorzaaien: hoe werkt dat?
De naam zegt het al: met voorzaaien kun je een voorsprong behalen in de teelt van je gewassen. Aangezien voorzaaien binnen gebeurt, bijvoorbeeld op de vensterbank van een raam met voldoende zonlicht, kun je al vroeger in het jaar beginnen met planten. Het resultaat hiervan is dat je vaak mooiere planten en een vroegere oogst krijgt. Maar voorzaaien is niet zo gemakkelijk als het lijkt, en ook zijn niet alle planten er geschikt voor. Bij andere planten moet je in het Nederlandse klimaat juist voorzaaien.
De voordelen van voorzaaien
Normaal plant je een gewas meteen waar hij moet groeien. Bij het voorzaaien laat je de planten eerst binnen in potjes ontkiemen. Als de planten dan sterk genoeg zijn en het weer voldoende mild is, zet je de plantjes in de moestuin. Doordat de planten op het moment dat ze in de moestuin gezet worden al sterker in hun schoenen staan, groeien ze vaak ook mooier uit. Een ander voordeel van voorzaaien is dat je je teelt kunt vervroegen.
Soms is voorzaaien noodzakelijk
Door het klimaat in Nederland kun je bij bepaalde planten ook niet anders dan voor te zaaien. De teeltduur van bijvoorbeeld knolselderij is met rond de 8 maanden langer dan de Nederlandse zomer. Als je dus niet voorzaait, haal je de oogst niet voor het einde van de zomer. De rijpingstijd speelt ook een rol. De vruchten van peper of paprika hebben zon nodig om rijp en lekker van smaak te worden. Daarom moet je deze planten al begin van de zomer klaar hebben om vruchten te produceren zodat de zon toch wel 3 maand de tijd heeft om ze te rijpen.
Voorzaaien: hoe doe je dat?
• Je kunt het beste kiezen voor een raam aan de zuidkant van je woning. Daar komt namelijk het meeste zonlicht per dag binnen. Let wel op een te felle voorjaarszon. Achter glas zorgt deze namelijk snel voor te veel warmte. Op mooie lentedagen kun je je planten daarom het beste even op een koelere plek zetten of met karton of krantenpapier beschermen.
• Zaai niet te dicht op elkaar en niet te diep. Voor kleine zaadjes is één centimeter al redelijk veel. Een diepte van 3 keer de doorsnee van het zaadje is meestal voldoende.
• Zorg voor voldoende vocht, maar niet te veel. Gebruik daarom voor de bewatering een plantenspuit totdat de plant uitgekomen is. Daarna geef je de plant van onderuit water om de wortelgroei te stimuleren. Ook voeding is belangrijk, maar ook hier geldt: niet te veel.
Waar moet je op letten?
Zet je gewassen niet te vroeg in de moestuin.
Heb geduld en zet de gewassen niet te vroeg in de moestuin. .
Let op de zon
Door de laagstaande winterzon gaan de planten binnen vaak schuin groeien. Planten groeien namelijk altijd naar de zon toe. Als je een groot zolderraam hebt met veel zonlicht zou dit een goede oplossing kunnen bieden. Veel tuiniers gebruiken ook speciale groeilampen om het licht recht van boven te laten komen. Doe dit echter alleen bij planten die echt voorgezaaid moeten worden. Het energieverbruik maakt anders de duurzaamheid van je eigen biologische teelt te hebben teniet.
Start niet te vroeg met voorzaaien
Begin daarom ook niet te vroeg met het voorzaaien, maar altijd zo laat mogelijk.
Bron: de Bolster